Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Inleiding
In het najaar van 2008 kondigden staatssecretaris Bussemaker van VWS en de ministers Hirsch Ballin van Justitie en Rouvoet van Jeugd en Gezin een wetsvoorstel aan waarin aan organisaties en zelfstandige beroepsbeoefenaren, in het kader van kwaliteitszorg, de plicht wordt opgelegd om een meldcode te hanteren voor huiselijk geweld en kindermishandeling, daaronder ook begrepen seksueel geweld, vrouwelijke genitale verminking, eergerelateerd geweld en ouderenmishandeling. De verplichting geldt voor organisaties en zelfstandige beroepskrachten in de (jeugd)gezondheidszorg, het onderwijs, de kinderopvang, de jeugdzorg en de maatschappelijke ondersteuning en eveneens voor politie en justitie. De beoogde verplichting voor organisaties en zelfstandige beroepsbeoefenaren om een meldcode te hanteren, heeft tot doel beroepskrachten te ondersteunen in de omgang met signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling.
Deze meldcode bevat een stappenplan. Dit stappenplan leidt de beroepskracht stap voor stap door het proces vanaf het moment dat hij signaleert tot aan het moment dat hij eventueel een beslissing neemt over het doen van een melding. De stappen maken de beroepskracht duidelijk wat er van hem wordt verwacht bij signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling en hoe hij, rekening houdend met zijn beroepsgeheim, op een verantwoorde wijze komt tot een besluit over het doen van een melding. Deze ondersteuning van beroepskrachten in de vorm van het stappenplan, levert een bijdrage aan een effectieve aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.
Het Zeldenrust-Steelantcollege zal, als zij aan toezicht door de inspectie is onderworpen, door de inspectie kunnen worden aangesproken op het beschikken over een meldcode en op het scheppen van de randvoorwaarden waardoor de beroepskrachten die binnen de organisatie werkzaam zijn, de meldcode in een veilig werkklimaat kunnen toepassen. Individuele beroepskrachten binnen de organisatie kunnen worden aangesproken op de feitelijke toepassing van het stappenplan in de meldcode bij signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling.

Begripsomschrijving van huiselijk geweld en kindermishandeling
In het model is voor het begrip kindermishandeling aansluiting gezocht bij de begripsomschrijving in de Wet op de Jeugdzorg. Onder kindermishandeling wordt ook het als kind getuige zijn van huiselijk geweld tussen andere huisgenoten verstaan. Omdat het begrip huiselijk geweld niet wettelijk wordt omschreven is daarvoor aansluiting gezocht bij de omschrijving die de overheid al een aantal jaren hanteert. Voor alle duidelijkheid worden seksueel geweld, genitale verminking, eergerelateerd geweld en ouderenmishandeling specifiek genoemd bij de omschrijving, om duidelijk te maken dat ook deze vormen van geweld onder huiselijk geweld of kindermishandeling vallen. Overigens vragen deze specifieke vormen van geweld specifieke kennis en vaardigheden van beroepskrachten. Ontbreekt deze specifieke deskundigheid, dan is het verstandig om bij signalen die mogelijkerwijs kunnen duiden op zo’n specifieke vorm van geweld, meteen een beroep te doen op externe expertise.

Leerling als slachtoffer, getuige of pleger
De leerling, dit wil zeggen de persoon met wie de beroepskracht professionele contacten onderhoudt, zal niet altijd het slachtoffer zijn van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. De leerling kan ook als vermoedelijk pleger, of in geval van een jeugdige leerling, als getuige, bij het huiselijk geweld of de kindermishandeling betrokken zijn.
Deze meldcode is gebaseerd op het basismodel dat in opdracht van het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport is opgesteld door het NJI (Nederlands Jeugd Instituut) in december 2009.

 

BannerRightUnderOuder